Brandbrief veiligheid Noordoostpolderdijken
Aan de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat
mevrouw J.C. Huizinga-Heringa
Postbus 20901
2500 EX  Den Haag


Betreft: brandbrief veiligheid Noordoostpolderdijken

Urk, 21 april 2009

Excellentie, zeer geachte mevrouw Huizinga,

De Noordoostpolder is een gebied waar, inclusief delen van de gemeenten Urk en Lemmer, zo’n 65.000 mensen wonen en werken onder de zeespiegel. De bodem van de polder ligt vier tot vijf meter onder het niveau van het aangrenzende IJsselmeer. Gelukkig wordt de polder al bijna zeventig jaar beschermd door stevige dijken. De vraag is echter hoe lang de inwoners nog op die dijken kunnen vertrouwen.

Een belangrijke groep inwoners, vertegenwoordigd door de organisaties die deze brief ondertekenen, maakt zich in ieder geval grote zorgen. Onze veiligheid is naar onze mening serieus in het geding, nu de minister van Economische Zaken alle prioriteit lijkt te geven aan de realisering van wat inmiddels bekend staat als ‘windmolenpark Urk’. Wij richten ons met deze brandbrief tot u, omdat de primaire waterkeringen, de dijken en de kustbescherming onder uw hoede vallen.

Zoals u bekend zal zijn, dreigt binnen enkele jaren langs de IJsselmeerdijken ten noorden en ten zuiden van Urk een groot  windmolenpark te verrijzen. Dit park zal bestaan uit 90 tot 100 enorme windmolens met masten van 130 meter en een tiphoogte van bijna 200 meter. Het gaat om molens die ontwikkeld zijn voor off-shore windparken en die nog niet eerder in Nederland zijn gebouwd. Wij maken ons ernstige zorgen over de stabiliteit van de polderdijken, als de bouw van deze reusachtige windmolens straks van start gaat.

Ten zuiden van Urk komt volgens de plannen van de  initiatiefnemer, de Koepel Windenergie Noordoostpolder, één rij windmolens aan de binnenkant van de dijk te staan. Ten noorden van Urk komen, behalve één rij windmolens aan de binnenkant van de dijk, ook twee rijen molens in het IJsselmeerwater te staan, en wel op respectievelijk 500 en 1.000 meter uit de kust. De plannen voorzien in molens over vrijwel de gehele Wester- en Noordermeerdijk, tot nabij Lemmer.

Stabiliteit dijken
De enorme windmolens zullen worden gebouwd op grote betonnen platforms, die tientallen meters diep in de bodem worden verankerd.  Zowel het heiwerk als de bouwwerkzaamheden aan platforms en molens en het daarmee gepaard gaande zwaar transport, zullen naar wij vrezen een grote belasting van de Noordoostpolderdijken met zich meebrengen.  

Onze vraag is of voldoende is onderzocht wat het effect hiervan zal zijn op de stabiliteit van de dijken. Wij hebben deze zaak enkele maanden geleden al aangekaart bij het Waterschap Zuiderzeeland, dat zich hierover in één van de voorjaarsvergaderingen zal buigen. Ook vanuit de Algemene Vergadering van het waterschap is inmiddels de vinger gelegd bij het feit dat de molens die volgens de huidige plannen gebouwd gaan worden, vele malen groter zijn dan die waar de plannenmakers enkele jaren geleden nog vanuit gingen. En in die laatste situatie, met veel kleinere molens, heeft het waterschap al in de jaren negentig keurontheffingen toegezegd. Het waterschap heeft ons inmiddels laten weten dat nieuw beleid voor de plaatsing van windmolens wordt voorbereid.
Wij wijzen erop dat ook de trillingen die de molens veroorzaken als ze straks eenmaal draaien, grote risico’s met zich meebrengen. Ervaringen met de veel kleinere molens die enkele jaren geleden in Oostelijk Flevoland aan de voet van de polderdijk tussen de Ketelbrug en de Flevocentrale zijn gebouwd, hebben uitgewezen dat de hoeveelheid kwelwater dat daar onder de dijk doorstroomt enorm is toegenomen. Daardoor wordt de stabiliteit van het dijklichaam ter plaatse serieus bedreigd. Wij hebben vernomen dat dit voor het Waterschap Zuiderzeeland inmiddels reden is geweest om de bouw van nieuwe windmolens in de directe omgeving van de dijken (tot 50 meter afstand) geheel te verbieden.  Dit vooruitlopend op het hierboven genoemde definitieve beleid, dat het waterschap in voorbereiding heeft.

Recente ‘bijna-rampen’
Wij denken in dit verband ook met vrees terug aan de dijkversterking die enkele jaren geleden in de Noordoostpolder en rond Urk werd uitgevoerd (2004/2005). Het werk aan de Noordermeerdijk ter hoogte van Rutten heeft toen maandenlang stilgelegen, omdat het dijklichaam dreigde te verzakken als gevolg van grondtransport over de dijk.

Ook vragen wij uw aandacht voor enkele gevaarlijke momenten tijdens werkzaamheden bij de dijkversterking nabij gemaal Vissering te Urk. Tijdens het trillen van damwand langs de verkeersweg ontstond plotseling een gat in de weg, die ter plaatse over het dijklichaam loopt. Even bestond zelfs vrees voor een dijkdoorbraak. Bij het Waterschap en Rijkswaterstaat werd groot alarm geslagen. Omstreeks dezelfde tijd zakte ook één van de havendammen van Urk, nabij het gemaal , plotseling in toen daar, na trilwerkzaamheden bij de aanleg van een bestrating, een kraan over reed. Het duurde maanden voordat de schade was hersteld.

Deze drie vergeten ‘bijna-rampen’ liggen ons als polderbewoners nog vers in het geheugen. Wat staat ons straks te wachten, als trillingen van onbekende sterkte de ondergrond van de polderdijken belagen? Het is bij Rijkswaterstaat bekend dat in de Noordoostpolderdijken verschillende zwakken plekken zitten. Deze plekken, met een slappe ondergrond, liggen vaak ter hoogte van oude stroomgeulen uit de Zuiderzee-periode.

Gelet op dit alles, houden wij ons hart vast als straks over de hele lengte van de Noordermeerdijk en Westermeerdijk alsmede een deel van de Zuidermeerdijk intensief geheid gaat worden in de directe omgeving van het dijklichaam. Ook zullen zware machines, vrachtauto’s met beton, heipalen en onderdelen van de gigantische molens, over de dijken rijden. Wij moeten er niet aan denken wat de gevolgen zijn als de dijk hierdoor instabiel zou worden.

Verkeer en Waterstaat is verantwoordelijk
Het is ons duidelijk geworden dat het Waterschap Zuiderzeeland slechts verantwoordelijk is voor het beheer van de dijken. De eindverantwoordelijkheid van deze primaire waterkeringen, gelet op het aspect veiligheid, berust bij Rijkswaterstaat en dus bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Hetzelfde geldt voor het beheer van het IJsselmeer. Daarom dient Rijkswaterstaat c.q. uw ministerie te garanderen dat de tientallen mega-windmolens die in het IJsselmeerwater komen te staan, geen schade aan de dijken veroorzaken. Het is aan u om de veiligheid van de inwoners van Urk, Lemmer en Noordoostpolder te  waarborgen.

Vandaar ons dringende verzoek om vanuit de expertise van uw ministerie de plannen van de Koepel Windenergie Noordoostpolder kritisch te beoordelen. Wij verwachten dat het ministerie daarbij zal uitgaan van de eigen Beleidsregel  voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken van 15 mei 2002. Daarin staat onder meer dat plaatsing van windturbines in het IJsselmeer slechts wordt toegestaan daar waar windturbines:
- geen negatieve morfologische ontwikkeling van de bodem veroorzaken
- geen negatieve effecten op de natuurlijke dynamiek van de bodem hebben
- niet leiden tot verweking van de bodem
- niet de veiligheid van het scheepvaartverkeer aantasten; in dit kader is onder meer bepaald dat wal- en scheepsradar niet mag worden gehinderd.
Bovendien is volgens de Beleidsregel plaatsing in de kernzone van de primaire waterkering niet toegestaan. Plaatsing buiten de kernzone van de primaire waterkering wordt slechts toegestaan mits dit geen negatieve gevolgen heeft voor de waterkerende functie van de waterkering.

Wij vertrouwen erop dat hetgeen wij in deze brief hebben aangevoerd,  zal leiden tot aanvullend onderzoek en tot de garantie dat de veiligheid van de polderbewoners niet in het geding zal komen. Ook hopen wij dat u dit onderwerp in het kabinet aan de orde wilt stellen.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en wachten uw reactie af.

Hoogachtend,


Comité Urk Briest
Voor meer informatie: zie onze website www.urkbriest.nl

Actiegroep Tegenwind

Stichting De Rotterdamse Hoek

 

Laatste Tweets

Uw mening:

Windpark Noordoostpolder...